
Zandopname bij paarden - Deel 1: Hoe ontstaat zandopname?
, door Bert van Roekel, 6 min lezen

, door Bert van Roekel, 6 min lezen
Zandopname is een onderwerp waar veel paardeneigenaren vroeg of laat mee te maken krijgen. Maar hoeveel zand krijgt een paard eigenlijk binnen? Wanneer wordt het risico groter en wat kun je zelf doen om onnodige zandopname zoveel mogelijk te beperken?
In deze 3-delige blogserie nemen we je mee in de wereld van zandopname.
Vanuit het perspectief van voeding en management kijken we naar de factoren die een rol spelen en geven we praktische handvatten waarmee je zelf aan de slag kunt.
In deel 1 beginnen we bij de basis: hoe ontstaat zandopname en waarom neemt een paard soms zand op?
In deel 2 kijken we naar preventie. Hoe kun je met weidebeheer, voldoende ruwvoer en de juiste manier van voeren het risico op zandopname zo klein mogelijk maken? En welke rol kan een slowfeeder daarin spelen?
In deel 3 richten we ons op vlozaad. Wanneer kan het zinvol zijn om vlozaad te geven? Is het iets wat standaard in het voorjaar en najaar gegeven moet worden, of zijn vooral de omstandigheden van het paard bepalend? En welke veelvoorkomende misverstanden bestaan er rondom het gebruik ervan?
Een gezonde basis begint namelijk niet bij een product, maar bij het kijken naar het complete plaatje: voeding, huisvesting en management.
Deze serie is geschreven vanuit Effectief Voeren, onafhankelijk paardenvoeradvies, in samenwerking met De Slowfeeder Specialist.
Een paard is van nature een grazer en eet het grootste deel van de dag kleine hoeveelheden ruwvoer. Daarbij bevindt zijn neus zich letterlijk dicht bij de grond. Een beetje grond of zand binnenkrijgen is onder natuurlijke omstandigheden dan ook niet altijd volledig te voorkomen.
Wanneer er voldoende gras staat, is de hoeveelheid zand die tijdens het grazen wordt opgenomen meestal beperkt. Maar zodra het gras korter wordt, de bodem kaal begint te worden of een paard op een zandige ondergrond eet, kan de hoeveelheid toenemen.
Een paard eet daarbij niet bewust grote hoeveelheden zand. Het zand kan eenvoudigweg meekomen met het gras, aan het ruwvoer zitten of worden opgenomen wanneer een paard met zijn neus door de bodem zoekt naar voedsel.
Opvallend eetgedrag verdient daarnaast aandacht. Sommige paarden likken of eten regelmatig aan grond, zand of andere niet-eetbare materialen. Een mogelijke oorzaak hiervan kan een disbalans in de mineralenvoorziening zijn.
Dat betekent niet dat zand eten automatisch wijst op een mineralentekort. Het is wel een reden om verder te kijken wanneer een paard opvallend vaak grond of zand opneemt. Kijk daarbij naar het totale rantsoen en de mineralenvoorziening, in plaats van alleen het gedrag te proberen te onderdrukken.
De omstandigheden waarin een paard wordt gehouden en gevoerd hebben veel invloed op de hoeveelheid zand die hij binnen kan krijgen.
Een langere droge periode kan het risico op zandopname vergroten. Wanneer er weinig regen valt, groeit het gras minder hard en wordt de grasmat steeds schraler.
Paarden gaan op zoek naar de beschikbare grassprietjes en grazen daardoor steeds dichter bij de bodem. Wanneer het gras erg kort is of er kale plekken ontstaan, kan er gemakkelijker zand met het gras meekomen.
Juist tijdens langdurige droge periodes is het daarom goed om regelmatig kritisch naar de weide te kijken. Niet alleen naar hoeveel gras er nog staat, maar ook naar de plekken waar paarden het meest grazen
Ook paarden die veel tijd doorbrengen op een paddock of zanduitloop kunnen meer zand binnenkrijgen.
Een veelvoorkomend voorbeeld is het voeren van hooi rechtstreeks op de grond. Tijdens het eten kan zand aan het hooi blijven zitten. Daarnaast kunnen paarden tijdens het zoeken naar losse sprietjes of restjes ruwvoer met hun neus door het zand bewegen.
Dat betekent niet dat een zandpaddock automatisch een probleem vormt. De totale situatie is bepalend: hoeveel tijd brengt het paard daar door, hoe wordt het ruwvoer aangeboden en hoeveel zand komt er daadwerkelijk mee tijdens het eten?
Ruwvoer vanaf de grond aanbieden heeft ook voordelen. Het sluit aan bij het natuurlijke eetgedrag van het paard en zorgt ervoor dat een paard in een ontspannen houding kan eten.
De ondergrond waarop het ruwvoer wordt aangeboden is daarbij wel belangrijk.
Een slowfeeder kan in zo'n situatie helpen om het ruwvoer beter bij elkaar te houden en het contact met de ondergrond te beperken. De keuze en plaatsing van de slowfeeder maken daarbij wel verschil.
Daar gaan we in deel 2 uitgebreider op in.
Het is verleidelijk om zandopname volledig aan het seizoen te koppelen. Bijvoorbeeld: in het najaar en voorjaar moet ik opletten.
In werkelijkheid zijn vooral de omstandigheden van het individuele paard bepalend.
Een paard dat op een goed gevulde grasweide staat en zijn ruwvoer op een schone ondergrond of in een slowfeeder krijgt aangeboden, bevindt zich in een andere situatie dan een paard dat dagelijks uren op een kale zandpaddock staat en hooi vanaf de grond eet.
Ook het ene paard kan meer zand opnemen dan het andere. Daarom is het belangrijk om niet alleen naar het seizoen te kijken, maar naar het volledige plaatje.
Stel jezelf bijvoorbeeld de volgende vragen:
Door op deze manier naar het management te kijken, krijg je een veel beter beeld van het daadwerkelijke risico op zandopname.
Zandopname kun je nooit voor honderd procent uitsluiten. Een paard leeft nu eenmaal dicht bij de grond en zal tijdens het grazen of eten altijd in aanraking komen met bodem en stof.
Het doel is daarom niet om ieder zandkorreltje te voorkomen, maar om onnodige en overmatige zandopname zoveel mogelijk te beperken.
En daar kun je als paardeneigenaar zelf behoorlijk wat invloed op hebben.
Van de inrichting en het gebruik van de weide tot de manier waarop je ruwvoer aanbiedt: kleine aanpassingen in het dagelijks management kunnen al verschil maken.
In deel 2 van deze serie gaan we daarom praktisch kijken naar zandopname voorkomen. Hoe kun je slim omgaan met weidebeheer? Waarom is voldoende ruwvoer zo belangrijk? En waar moet je op letten wanneer je een slowfeeder gebruikt op een zandbodem?
Daarna gaan we in deel 3 verder met vlozaad: wanneer kan het een waardevolle ondersteuning zijn en wanneer is het verstandig om eerst naar het management en rantsoen te kijken?
Meld je aan voor onze nieuwsbrief en ontvang 5% korting op jouw eerste slowfeeder!